Het onbestaande Zelf.
De afbeelding: Het onbestaande Zelf lijkt te ademen in licht - een schildering waarin vorm en leegte elkaar voortdurend aanraken zonder ooit samen te vallen. In het midden zweeft een figuur, nauwelijks meer dan een contour, alsof zij op het punt staat te verdwijnen in de ruimte die haar draagt. De randen zijn wazig, doorzichtig, en lossen zich op in een stroom van kleur die niet weet waar zij begint of eindigt. Het geheel voelt als een moment van ontbinding dat niet tragisch is, maar bevrijdend: een stille overgang van zijn naar zijnsloosheid, van contour naar licht. Het idee dat er een vastomlijnd zelf zou bestaan, is als een schaduw die we al sinds onze eerste ademhaling achterna lopen - een contour die ons houvast lijkt te bieden maar verdwijnt zodra we haar werkelijk willen aanraken. Wat wij "ik " noemen, blijkt bij elke aandachtige blik een beweging te zijn, een stroom van indrukken, herinneringen en verlangens die elkaar voortdurend afwisse...