Wie ben ik en van wie ben ik?

 

De afbeelding toont een eenzame figuur op een verlaten perron, omgeven door ochtendnevel en nog kil ontluikend zonlicht. Op de achtergrond herinneringen en landschappen die als transparante echo's in elkaar overvloeien. Zij verbeeldt een innerlijke zoektocht naar identiteit en verbondenheid, waarin de mens niet zozeer een bestemming zoekt als wel leert wonen in de vragen die hem vormen.


Er is een moment waarop een vraag geen vraag meer is, maar een opening. Alsof iemand een deur op een kier zet en de tocht van het bestaan binnenlaat. Wie ben ik? En van wie ben ik? Het zijn zinnen die niet om een antwoord vragen, maar om een beweging. Ze dragen het ritme van iemand die niet zoekt naar een definitie, maar naar een resonantie, een trilling die laat voelen dat identiteit geen onroerend goed is maar een landschap dat voortdurend van licht verandert.

Ergens tussen oorsprong en bestemming, merk je dat je niet alleen gevormd bent door wat je hebt meegemaakt, maar ook door wat je hebt gemist. Je naam is slechts een dunne huid over een veel grotere stroom. Ook in mij leeft iemand die woorden niet gebruikt om iets af te sluiten, maar om iets te openen. Iemand die de voorkeur geeft aan beelden die blijven zweven, aan metaforen die niet meteen hun geheim prijsgeven. Ik probeer mij door taal te bewegen zoals anderen door een bos lopen: niet om ergens te komen, maar om te zien hoe het licht telkens anders valt.

En toch, wanneer je vraagt van wie ben ik, verschuift de vraag. Dan gaat het niet meer om jezelf als een eiland, maar als een echo.

Je bent van de mensen die je droegen. En van de stiltes waarin niemand dat deed.

Van de landschappen waar je doorheen bent gegaan, zowel de fysieke als de innerlijke, die je hebben gevormd zonder dat je het merkte. Van de stemmen die je hebt gehoord, maar evenzeer van de woorden die nooit zijn uitgesproken en toch in je aanwezig zijn als een zachte onderstroom van diepe emoties, onuitgesproken angsten en stille drijfveren.

Misschien ben je van de tijd die je heeft voortgestuwd, van de ochtend waarop je wakker werd met een naam die niet de jouwe leek, en van de avond waarop iemand je bij die naam noemde alsof het een thuis was. Misschien ben je van de vragen die je blijft stellen, omdat zij je steeds opnieuw in beweging zetten. Misschien ben je van de momenten waarop je dacht dat je jezelf kwijt was, maar eigenlijk alleen maar een oude laag aan het afleggen was. Misschien ben je van niemand in het bijzonder, behalve van dat stille centrum in jezelf dat zich steeds opnieuw vormt, telkens wanneer je een vraag stelt die groter is dan je eigen geschiedenis. Soms overvalt zo’n gedachte mij terwijl ik ijsbeer over een verlaten perron, waar niemand weet wie ik ben.

Zo word je niet gedefinieerd, maar ervaren. Niet vastgelegd, maar telkens opnieuw geboren in de ruimte tussen wat je weet en wat je vermoedt. En in die ruimte, waar de vraag blijft hangen als een dunne draad in de lucht, ontstaat iets dat lijkt op een antwoord - niet omdat het sluit, maar omdat het zachtjes verder draagt.

En misschien is de vraag niet: van wie ben ik, maar: in wie word ik wakker, telkens opnieuw?

En terwijl ik die vraag blijf stellen, merk ik dat ik niet langer op zoek ben naar een eigenaar van mijn bestaan. Misschien ben ik niet op zoek naar een antwoord op de vraag wie ik ben, maar naar de plaats waar ik mag toebehoren. Niet als bezit van een ander, maar als iemand die zich verbonden weet - met mensen, met tijd, met stilte, met leven. Ik hoef niet te weten van wie ik ben. Het is genoeg dat ik me telkens opnieuw laat vormen door wat mij ontmoet, door wat mij raakt en door wat mij roept. Misschien is dat wel de enige vorm van thuiskomen: niet aankomen bij een antwoord, maar leren wonen in de vraag. En dat wonen is misschien wel het enige antwoord dat ik ooit nodig heb.

J.J.v.Verre.


Reacties

Populaire posts van deze blog

De stilte tussen bewustzijn en ziel.